Gedicht Simon Vestdijk

Ikaros van Simon Vestdijk

Het was hun een’ge kans om te ontsnappen.
Het labyrinth was kil, en ’t heimwee groot.
De vader wist: een wedstrijd met de dood…
De zoon wist niets, en volgde alle stappen.

Met heel ’t vertrouwen van de tochtgenoot
Van een meesterlijk man: hij maakte grappen
Over het vleugelpaar dat dicht kon klappen
En dat men met was aan beider schouders sloot.

De vader wist: als ik hem waarschuw, stort
Hij neer, omdat hij dan onzeker wordt;
Daarom gezwegen van het doodsgevaar!

De zoon winst niets, bewoog het vleugelpaar
In staat’ge rust, – tot aan zijn val in zee.
Was híj de ware meester van de twee.

Uit Grieksche Sonnetten, met een nawoord door Tom van Deel. Doorn, Mycena Vitilis (2001). isbn 90 75663 31 5

Uit het nawoord:
Het mythologische gedicht bezit voor de maker vermoedelijk veel overeenkomsten met het beeldgedicht, een gedicht over beeldende kunst, in welk genre Vestdijk er vele tientallen geschreven heeft. Voor hem was het beeld het kernpunt van de poëzie, niet de klank of de gedachte. ’In de drieëenheid klank-beeld-gedachte is het beeld de middelmoot, en de middelmoot is het smakelijkste van de vis’ In het beeld, zeker als het een kunstwerk is, balt zich een enorm potentieel aan betekenissen samen, van anekdotische, psychologische, filosofische en poëticale aard, waarop de dichter kan vertrouwen en waarvan hij gebruik kan maken. […].

Gedichten als deze ’Grieksche sonnetten’ veronderstellen altijd kennis van de mythologie, ze spelen tenslotte met de overleving en hun originaliteit wordt juist afgemeten aan de mate waarin er sprake is van een nieuwe blikrichting van waaruit naar de mythe wordt gekeken.