Mijn naam Ikaros

Icarus (Lat.) of Ikaros (Grieks), Nederlands verouderd ook Ikaar, is in de Griekse mythologie de zoon van Daedalus. Omdat Icarus en Deadalus door koning Minos gevangen worden gehouden op Kreta, bedenkt Daedalus een manier om te ontsnappen: hij bouwt vleugels van een houten raamwerk, veren en was.

icarus1531

De val van Icarus (1531)

icarus1800

De val van Icarus (18e eeuw)

Omdat de was niet mag smelten, waarschuwt Daedalus Icarus om niet te hoog en dicht bij de zon te vliegen, maar ook niet te laag, omdat de vleugels te zwaar zouden worden van het zeewater. In zijn enthousiasme wordt Icarus echter roekeloos; hij vliegt te hoog zodat de was toch smelt en hij neerstort in de Egeïsche Zee.

Het verhaal van Icarus is typerend voor het thema van hybris, dat algemeen voorkomt in de Griekse mythologie; hierin wordt een persoon afgestraft voor zijn eigen hoogmoed of overdreven zelfvertrouwen.

Het Landschap met de val van Icarus is een schilderij in tempera en olieverf op doek, toegeschreven aan Pieter Bruegel de Oudere in 1555 of1558, maar ook aan zijn zoon in 1583 of 1590, thans in het Museum van Schone Kunsten te Brussel.[1][2][3]